maandag 16 april 2012

Managementsamenvatting - Achtergrondinformatie gemeente Rotterdam


Achtergrondinformatie gemeente Rotterdam

Contactpersonen
FNV Lokaal: Pieter Visser, 06-23434621, pietervisser@online.nl

Plaats en tijd
Dinsdag 17 april 2012 van 13:30 uur tot 14:00 uur, in het stadhuis aan de Coolsingel 40 te Rotterdam.

Sprekers
Henk van der Kolk (Voorzitter FNV Bondgenoten)
Marco Florijn, wethouder Werk, Inkomen en Zorg (PvdA)

Gemeente
Aantal inwoners: 610.386
College: PvdA, CDA, D66 en VVD

Score LMWIZ
Gemeente
Totaalscore
Indicator 1: Duurzame uitstroom
Indicator 2: Maximale aantal maanden werken met behoud van uitkering
Indicator 3: Bonus/toeslag bij werken met behoud van uitkering
Indicator 4: Beleid bereiken niet-melders onder jongeren
Totaal Werk
Indicator 5: Wachttijd
Indicator 6: Langdurigheidstoeslag
Indicator 7: Versnelde beschikkingsprocedure bijzondere bijstand
Totaal Inkomen
Indicator 8: Tarief thuiszorg
Indicator 9: Goed werkgeverschap zorgaanbieders
Indicator 10: Mantelzorgers
Totaal Zorg
Rotterdam
45
5
5
0
10
20
5
0
0
5
10
0
10
20

Rotterdam heeft met 45 punten een score boven het gemiddelde (het gemiddelde betreft 39,5 punten). Score in 2010 was 50 punten (met deels andere indicatoren).

De belangrijkste verbeterpunten:
·         Rotterdam hanteert een periode van meer dan 6 maanden voor het werken met behoud van uitkering. Werken met behoud van uitkering kan naar mening van de FNV slechts tijdelijk van aard zijn en dient beperkt te worden tot een periode van 3 tot maximaal 6 maanden. De gemeente Rotterdam voldoet hier dus niet aan.
·         De gemeente Rotterdam kent geen langdurigheidstoeslag voor mensen, die langer dan 3 jaar moeten rondkomen van een inkomen tot 110% van het sociaal minimum.
·         De gemeente Rotterdam kent geen versnelde en vereenvoudigde procedure om bijzondere bijstand aan te vragen.



Op een aantal beleidspunten springt Rotterdam er, in vergelijking met de andere G-4, iets gunstiger uit:
·         De gemeente Rotterdam doet er veel aan om niet –melders bij de jongeren te bereiken door oa bestandskoppeling, huisbezoeken en telefonisch contact en het inzetten van coaches.
·         De gemeente Rotterdam hanteert een tarief van minstens € 22,-  dat is hoog in vergelijking met andere gemeenten, zij het dat ABVAKABO FNV heeft berekend dat eigenlijk 24,50 nodig is.
·         De gemeente Rotterdam probeert de mantelzorgers binnen de gemeente actief en goed te ondersteunen.

Op een aantal uitvoeringsaspecten spring Rotterdam er juist ongunstig uit:
FNV Lokaal Rotterdam heeft medio vorig jaar geconcludeeerd dat de gemeente Rotterdam,  bovenop de maatregelen van de regering , extra lokale bezuinigingen op sociaal beleid heeft doorgevoerd hetgeen ertoe leidde dat Dominic Schrijer (PvdA) zijn wethouderschap uiteindelijk neerlegde en FNV Lokaal Rotterdam en vc FNV lopend overleg hierover heeft opgeschort.  Sindsdien sorteert de gemeente Rotterdam voor op de invoering van de Wet Werken naar Vermogen.  Uit politieke kringen in de Tweede Kamer wordt ‘met belangstelling’ hiernaar gekeken, zo meldde staatsecretaris de Krom kortgeleden op televisie.
Sindsdien 
·         Worden mensen met een WWB-uitkering ingezet om het werk, dat blijft liggen na heenzending van WSW’ers, met behoud van uitkering alsnog gedaan te krijgen (RoGroen).
·         Worden WWB-uitkeringsgerechtigden  aan het werk gezet met behoud van uitkering (dus niet langer ‘opgeplust’, zoals in de vorige collegeperiode met SoZaWe is overeengekomen) voor perioden van 3 tot 6 maanden, ook als ze zich al als vrijwilliger inzetten ‘in het belang van de stad’.
·         Worden mensen die in Rotterdam een aanvraag voor een WWB-uitkering willen doen (door een zogenaamd ‘intake-team’) niet in behandeling genomen, maar worden ze voor 4 weken heengezonden om eerst maar eens ‘te bewijzen’ dat ze zich ‘voldoende’ hebben ingespannen om een baan te vinden.
·         Meldde een ambtenaar van SoZaWe dat hij hierdoor in gewetensnood is geraakt, omdat hij van mening is dat hij ‘werkopdrachten moet uitvoeren die in strijd zijn met zijn ambtseed’.
·         Wordt een vervolg-aanvraag langdurigheidstoeslag sinds begin dit jaar niet meer in behandeling genomen op de eerstvolgende ‘vervaldatum’ van dit recht (dus 6 jaar, 7 jaar na eerste WWB-verstrekking), maar pas 12 maanden na de vorige uitbetaling.
·         vergoedt SoZaWe uitsluitend de ‘eigen bijdrage in de ziektekosten’ voor die uitkeringsgerechtigden die gebruikmaken van de collectiviteitspolis van Zilveren Kruis Achmea. Dit is een vorm van koppelverkoop.
·         gaat SoZaWe er binnenkort (ingaande mei 2012) toe over de premie voor de ziektekostenverzekering van Zilveren Kruis Achmea van WWB-gerechtigden automatisch op de uitkering in te houden, tenzij hiertegen door betreffende uitkeringsgerechtigden bezwaar wordt gemaakt.
·         Moeten mensen die zich aanmelden met een zorgvraag (hulp of een voorziening) in het kader van de WMO moeten, voordat deze zorgvraag in behandeling wordt genomen (indicatiestelling), eerst kunnen ‘aantonen’ dat zij zich in de achterliggende jaren ‘voldoende’ hebben ingespannen om de zorgvraag te voorkomen (mantelzorg) of zelf op te lossen (bijv. bij aanvraag voor een seniorenwoning of hulpmiddelen). Dit beleid is vorig jaar meegedeeld via een informatiekrantje van SoZaWe.
·         Worden WWB-gerechtigden verplicht te gaan werken in de kassen, al is dit onder cao-voorwaarden.

Toezeggingen uit het verleden
·         Wethouder Dominic Schrijer heeft in een radioprogramma aangegeven dat Rotterdam in de toekomst een langdurigheidstoeslag wil gaan geven aan mensen die drie jaar op een laag inkomen zitten. In 2010 kreeg men deze vergoeding in Rotterdam pas na 5 jaar. In 2012 is de referteperiode nog steeds 5 jaar en krijgen alleen minima met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum de toeslag toegekend (aangescherpte WWB zegt: maximaal 110%, FNV zei: 120%).

Concept Speech Rotterdam - LMWIZ 2012


[● = nieuwe dia]


Beste mensen,

● De FNV heeft twee jaar geleden een boek uitgebracht onder de titel

‘Bijzondere werknemers’,

Daarin vertellen werknemers met een handicap hun verhaal.

Ik wil graag twee van hun kort citeren:

Cor Woons  zegt: “Ik wil dolgraag doorstromen naar een SW-baan.”

En Freddy Cuijpers: “Ik wil een gewone baan en een gewoon leven.”

Ik heb slecht nieuws voor mensen zoals Cor en Freddy.

Zij moeten nog wat langer wachten.

De gemiddelde wachttijd voor een werkplek in de sociale werkvoorziening is

namelijk opgelopen en inmiddels 26 maanden!

In 2009 was dat nog 22 maanden, in 2010 23 maanden en nu dus meer dan twee

jaar!

Mensen met een handicap zitten gemiddeld meer dan 2 jaar gedwongen achter

de geraniums.

Want er is geen plek bij de sociale werkvoorziening.

Dat is één van de uitkomsten van de Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg

2012, die we hier vandaag presenteren.

● Dit keer deden 182 gemeenten mee aan het onderzoek.

Samen vertegenwoordigen zij 9 miljoen inwoners, een ruime

meerderheid van de Nederlandse bevolking.

Het onderzoek laat zien hoe gemeenten presteren op het

gebied van de armoedebestrijding, de ondersteuning van werkzoekenden, de

thuiszorg, en nog een breed scala aan onderwerpen.

We doen dit onderzoek al jaren.

En tot nu toe melden we meestal dat het sociale beleid van gemeenten

op veel terreinen was verbeterd.

Gemeenten gingen namelijk aan de slag met aanbevelingen uit eerdere edities

van de monitor.

Maar dit jaar is het beeld echt anders.

Op alle terreinen staat het sociale beleid van gemeenten onder druk.

Dat heeft natuurlijk alles te maken met de maatregelen die de landelijke overheid

de afgelopen periode heeft genomen.

● Ik noem even de belangrijkste:

-          De WWB, zeg maar de bijstandswet, is per 1 januari aangescherpt. Werkende kinderen moeten voortaan hun ouders onderhouden.
-          Jongeren worden 4 weken aan hun lot overgelaten voor ze in aanmerking komen voor een uitkering.
-          Er wordt bezuinigd op de ondersteuning van werkzoekenden, de zogenaamde re-integratiebudgetten
-          Vorig jaar is er fors bezuinigd op de WMO-budgetten, waaruit onder meer de thuiszorg wordt betaald
-          En dan is er nog het wetsvoorstel voor de Wet Werken Naar Vermogen. Dit houdt in dat er 70.000 SW-plaatsen worden geschrapt, dat Wajong’ers een herkeuring krijgen en dat de bijstand in stappen met 14% omlaag gaat.

Misschien denkt u bij uzelf: “Tja, vervelend, maar het is nu eenmaal crisis en er

moet wel bezuinigd worden.”

Dat klopt, maar twee dingen vind ik toch wel opvallend.

Ten eerste, de gevolgen van de crisis worden opvallend vaak afgewenteld op

de lagere inkomens, op gehandicapten en op andere mensen die het al

niet gemakkelijk hebben.

Ten tweede is het zo dat dit kabinet de gemeenten gebruikt of misschien wel

misbruikt als doorgeefluik van deze hardvochtige bezuinigingen.

Gemeenten proberen een sociaal beleid te voeren, maar krijgen daar steeds

minder ruimte voor.

● Veel gemeenten zien bijvoorbeeld problemen bij de

ondersteuning van werkzoekenden.

Bijna de helft van de gemeenten probeert de re-integratiekosten te drukken door

mensen met behoud van uitkering te laten werken.

Dat is een uitholling van de arbeidsrechten.

● En dan de schuldhulpverlening.

Als gevolg van de crisis dreigen steeds meer mensen in de schulden te raken.

Het is belangrijk dat zij snel worden geholpen, want hoe langer dit duurt, hoe

moeilijker het wordt om nog uit de problemen te raken.

De gemiddelde wachttijd voor de schuldhulpverlening is de afgelopen jaren licht

gedaald, van 35 kalenderdagen in 2009, naar 31 in 2010, naar 27 in 2011.

Mooi dat de wachtlijsten korter worden, maar gemiddeld vier weken is natuurlijk

nog veel te lang.

● En dan de thuiszorg.

Dit is al jaren een zorgenkindje.

Sinds de decentralisatie van de thuiszorg betalen de meeste

gemeenten veel te lage uurtarieven.

Als gevolg hiervan zie je telkens weer voorbeelden van thuiszorginstellingen die

hun medewerkers slecht behandelen, wat ook weer negatief uitwerkt voor de

kwaliteit van de zorg.

Gelukkig zijn er ook gemeenten als Woudenberg en Eindhoven die wel een

realistisch tarief betalen.


***

En hoe doet Rotterdam het in het onderzoek?

De gemeente heeft een score van 45 punten, dat is iets boven het gemiddelde.

Op een aantal punten is verbetering mogelijk.

Zo mag het werken met behoud van uitkering wel wat worden ingeperkt.

Geef mensen die langer dan 3 jaar rond moeten komen van een inkomen onder

de 110% van het sociaal minimum, een langdurigheidstoeslag

En let erop dat zorgaanbieders zich als goede werkgevers gedragen.


***




Beste mensen,

● Ik noemde al de Wet Werken Naar Vermogen, een wetsvoorstel dat een

verregaande uitholling van ons sociale stelsel betekent.

Maar liefst 99% van de deelnemende gemeenten voorziet problemen door de

nieuwe wet.

Bijna tachtig procent zegt dat er niet genoeg banen zullen zijn voor mensen die

uit de sociale werkplaatsen de arbeidsmarkt opstromen.

En deze gemeenten zijn niet de enigen die problemen hebben met de nieuwe

wet.

De afgelopen weken hebben meer dan 100.000 mensen een petitie ondertekent

tegen dit wetsvoorstel.

Vandaag gaan we als FNV deze petitie overhandigen aan de Tweede Kamer, die

over de wet vergadert.

Laten we hopen dat de Kamerleden zullen luisteren naar dit brede protest.

We hebben natuurlijk ook een boodschap voor gemeenten.

Ik weet het, jullie hebben steeds minder ruimte om een sociaal beleid te voeren.

Maar ik roep jullie op om toch de grenzen op te zoeken.

● Dus geen onnodige barrières voor mensen die een beroep moeten doen

op het armoedebeleid,

Kortere wachtlijsten voor de sociale werkvoorzieningen

Betaal een reële prijs voor de thuiszorg, dus een uurtarief van minstens 24,50

euro.

En schrap de eigen bijdrage voor minima die een beroep moeten doen op

zorgvoorzieningen.










Beste mensen,

Ik hoop dat we over twee jaar met een positiever verhaal de volgende editie van

de Lokale Monitor kunnen presenteren.

Dat vereist dat gemeenten lef tonen en zo goed en kwaad als het gaat hun

sociale verantwoordelijkheid nemen.

Het vereist ook dat we met z’n allen als burgers van dit land aan de regering

duidelijk maken dat we niet langer accepteren dat de gevolgen van de crisis

worden afgewenteld op mensen die al in een moeilijke situatie zitten.

Dank u wel.

Management Samenvatting - Opvallende conclusies LMWIZ 2012

Aangepaste wetgeving:
·         Wet investeren in jongeren (WIJ) afgeschaft per 1 januari 2012
·         Aangescherpte WWB per 1 januari 2012 (met onder meer een huishoudinkomenstoets, verplicht 4 weken werk/opleiding zoeken voor jongeren tot 27 jaar)
·         Bezuinigingen op re-integratiebudgetten
·         Bezuinigingen op WMO-budgetten in 2011
·         Wetsvoorstel overheveling AWBZ-functies naar WMO per 1 januari 2013
·         Wetsvoorstel WWNV (schrappen 70.000 SW-plaatsen, herkeuring Wajong’ers, bijstand in stappen met 14% omlaag) plenaire vergadering in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel vanaf dinsdag 17 april 2012

Opvallende conclusies:
WERK
·         97% verwacht problemen met het re-integratiebeleid (als gevolg van groei werkzoekenden en dalend re-integratiebudget). Hoe ze hiermee omgaan:
o   Inzet op preventie van de instroom (67%)
o   Inzet op participatie via reguliere arbeid (65%)
o   Inzet op werken met behoud van uitkering (48%)
o   Inperken mogelijkheden nuggers voor deelname aan re-integratietrajecten (25%)
·         Alle gemeenten ervaren problemen bij het plaatsen van werkzoekenden.
o   Sociale problematiek bij werkzoekenden (fysieke belemmeringen, taal- en/of schuldenproblematiek) (89%)
o   Aanbod sluit niet aan bij vraag werkgever (81%)
o   Er zijn te weinig arbeidsplaatsen beschikbaar bij werkgevers (54%)
o   Vooroordeel van werkgevers tegen de doelgroep (38%)
o   Er is onvoldoende Participatiebudget beschikbaar (34%)
·         In 77% van de gemeenten kan een werkzoekende geen beroep doen op een persoonsgebonden re-integratiebudget, waarmee hij/zij meer zeggenschap krijgt over het re-integratietraject. Verschillende gemeenten geven aan dat de PRB’s zeer terughoudend worden ingezet, doordat de financiële middelen hier niet toereikend voor zijn.
·         Gemiddeld 33% afname/afbouw aantal gesubsidieerde arbeidsplaatsen tussen 2010 en 2012.
·         Nazorgactiviteiten voor het bevorderen van duurzame uitstroom: Hoewel een meerderheid van de gemeenten (65%), mensen nog steeds volgt tot zes maanden na het moment dat zij werk hebben gevonden, lijkt het moment van werkaanvaarding een nieuw ijkpunt te worden. Hierdoor is minder zicht op duurzaamheid van de uitstroom (draaideurcliënten).
·         44% van de gemeenten blijkt een periode van meer dan 6 maanden te hanteren voor het werken met behoud van uitkering, die in een deel van de gemeenten zelfs oploopt tot maar liefst vier jaar.
·         32% van de gemeenten kent een bonus toe aan mensen die werken met behoud van uitkering. Het overgrote deel daarvan (29%) betreft een aanvulling lager dan tot het minimumloon.
·         99,3% van de gemeenten verwachten problemen met de WWNV.
o   85% denkt dat er onvoldoende budget is voor de uitvoering van de wet
o   79% vermoedt dat er niet genoeg banen zullen zijn voor mensen die uit de sociale werkplaatsen de arbeidsmarkt opstromen
o   51% vreest dat betrokken burgers bij doorvoering van de wet in de financiële problemen komen.
·         Wachttijd SW loopt op naar ruim 2 jaar (22 maanden in 2009, 23 maanden in 2010, 26 maanden (schatting van gemeenten) in 2012)
·         Slechts 1 op de 5 SW-geïndiceerden kan in een voortraject worden geplaatst. Met ‘voortraject’ wordt gedoeld op een arbeidsmatige invulling van de wachttijd. Deze trajecten zijn onbetaald of worden betaald volgens een overbruggings-cao.
·         Van SW-krachten die eenmaal een baan hebben gekregen via de sociale werkvoorziening, heeft gemiddeld 45% een flexibel contract van minder dan één jaar.
·         56% van de gemeenten heeft helaas (nog) geen specifiek beleid voor het bereiken van niet-melders. De overige 44%, maakt gebruik van uiteenlopende instrumenten.

INKOMEN
·         Er is sprake van een lichte daling in de wachttijd bij aanvraag van een bijstandsuitkering. Toch is een gemiddelde wachttijd van meer dan vier weken (29,5 kalenderdagen) natuurlijk nog altijd erg lang. De gemiddelde wachttijd kan zelfs oplopen tot ruim twee maanden.
·         Helaas lijkt slechts een klein deel van de gemeenten (8%) aandacht te hebben voor de situatie van afhakers. Voor zover gemeenten onderzoek hebben gedaan, dateert dit vaak al van jaren terug.
·         De langdurigheidstoeslag is een toeslag van enkele honderden euro’s per jaar voor mensen die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Als gevolg van de aangescherpte WWB mogen gemeenten de inkomensgrens voor minimabeleid niet meer boven de 110 procent vaststellen. Er zijn nog maar heel weinig gemeenten (3,7%) waar mensen met een inkomen boven de 110 procent in aanmerking komen voor de toeslag. In vergelijking met de vorige editie is er een kleine verbetering als het gaat om de eis ten aanzien van het aantal jaren dat men op het minimum moet zitten om in aanmerking te komen voor de langdurigheidstoeslag. Het percentage gemeenten waar pas na langer dan drie jaar een toeslag wordt toegekend is gedaald van 22 naar 15 procent.
·         Burgers met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale heffingen zoals de onroerendzaakbelasting. De meeste gemeenten stellen de regeling open voor werkende armen, ouderen met alleen AOW en burgers met een andere uitkering dan bijstand. Dit geldt in veel mindere mate voor zelfstandigen zonder personeel: zij mogen in slechts de helft van de gemeenten (51%) een beroep doen op kwijtschelding.
·         48% van de gemeenten hanteert een versnelde procedure bij aanvragen voor de bijzondere bijstand, zodat aanvragers zonder veel rompslomp bijna direct een beslissing krijgen over hun aanvraag. Bij veel gemeenten (35,5%) geldt de versnelde aanvraag alleen voor specifieke categorieën.
·         De gemiddelde wachttijd bij de aanvraag voor schuldhulpverlening is de afgelopen jaren iets gedaald (2009: 35 kalenderdagen, 2010: 31 kalenderdagen, 2011: 27 kalenderdagen), maar niet genoeg. Het gemiddelde over alle gemeenten zit nog dicht in de buurt van de 4 weken die als maximum gaan gelden. Er zijn uitschieters naar maar liefst 200 dagen.
·         Aandacht voor het helder vastleggen en communiceren van rechten en plichten rond huisbezoeken is aan het verslappen. Veel gemeenten nemen niet de moeite om uitkeringsgerechtigden actief te
informeren over hun rechten en plichten rond huisbezoeken. Steeds minder worden rechten en plichten vastgelegd in een verordening en/of een protocol.

Rechten en plichten bij huisbezoek op welke wijze vastgelegd?

2006
2008
2010
2012
In een verordening
2
3
4
3
In een protocol
45
60
71
53
In een brochure die ter plekke wordt uitgereikt
-
7
17
18
In een brochure die van te voren wordt opgestuurd
-
10
21
11

ZORG
·         In 2011 hebben gemeenten te maken gekregen met forse bezuinigingen op het WMO-budget. Het blijkt dat bijna tweederde van de deelnemende gemeenten (65%) de uitgaven heeft beperkt door kostenbesparende maatregelen.
·         50% van de gemeenten verhogen de inkomsten door de eigen bijdragen voor WMO-voorzieningen te verhogen of door voor meerdere WMO-voorzieningen een eigen bijdrage te vragen.
·         Nog maar weinig gemeenten (24%) passen een protocol toe waarin de wijze van het zorggesprek is vastgelegd. Het protocol zorgt ervoor dat het gesprek met de burger objectief en gelijkwaardig verloopt en het biedt zekerheden waar de burger op terug kan grijpen.
·         Gemeenten hebben mogelijkheden om mensen met een laag inkomen te ontzien door van hen geen
eigen bijdrage te vragen of door minima achteraf te compenseren via bijvoorbeeld de bijzondere bijstand. Het percentage gemeenten dat geen eigen bijdrage vraagt van minima met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen is verder gedaald ten opzichte van de vorige editie (in 2010: 11,2 %, in 2012: 6,9%).
·         De meerderheid van de gemeenten wijst minima actief op compenserende maatregelen als de bijzondere bijstand of de collectieve ziektekostenverzekering (51%).
·         Wanneer gemeenten een enkelvoudig of integraal tariefstelsel hanteren, lopen de tarieven voor een persoonsgebonden budget voor de voorziening huishoudelijke hulp I uiteen van € 11,90 tot € 23,54. Bij een differentiaal tariefstelsel ligt het laagste tarief dat door een gemeente is verstrekt op € 11,90 en het hoogste op € 25.
·         Bijna de helft van de deelnemende gemeenten  (49%) heeft alle eisen uit het kwaliteitsdocument ‘Verantwoorde hulp bij het huishouden’ in het contract overgenomen.
·         Op 19 december 2011 en op 19 januari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraken gedaan, waaruit blijkt dat de WMO niet toestaat inkomensgrenzen te stellen aan de aanvraag van de regiotaxi. Dit geldt ook voor WMO-voorzieningen als een hulp in het huishouden of een scootmobiel. Toch blijkt dit door 40,5% van de gemeenten wel gedaan te worden. Daarbij wordt gemiddeld een inkomensgrens van 139% van de bijstandsnorm gehanteerd.
·         Slechts drie gemeenten hebben geantwoord dat zij (nog) niet anticiperen op het kabinetsvoorstel om AWBZ-functies per 1 januari 2013 over te hevelen/decentraliseren naar de WMO. De overige gemeenten geven aan dat zij zich al voorbereiden op de voorgestelde decentralisatie.

Positieve ontwikkelingen:
·         32% van de gemeenten geeft aan het Keurmerk Blik op Werk verplicht te stellen bij (een deel van de) contracten met re-integratiebureaus.
·         Op het gebied van kwijtscheldingen doen gemeenten juist meer moeite om te zorgen dat zowel bijstandsgerechtigden als andere groepen gebruikmaken van de regeling als ze daar recht op hebben.
·         In 66% van de gemeenten vindt de aanvraag voor een WMO-voorziening in de meeste gevallen bij de aanvrager thuis plaats.
·         In 58% van de gemeenten wordt het zorggesprek gevoerd door getrainde gespreksvoerders die ‘de vraag achter de vraag’ kunnen achterhalen.
·         Bijna driekwart van de deelnemende gemeenten (72%) heeft signalering bij onveilige situaties en knelpunten in het huishouden expliciet als kwaliteitseis in het contract opgenomen.
·         Ten opzichte van de vorige editie, hebben meer gemeenten in 2012 tegen een maximumtarief van € 22 en hoger voor de huishoudelijke hulp I aanbesteed (2010: 14,3%, 2012: 34,8%).
·         Meerjarencontracten met zorgaanbieders: Het aantal gemeenten met een bestek of contract van vier jaar is toegenomen (2010: 18%, 2012: 43%). Een kleiner deel van de gemeenten (24%) heeft een contract van twee jaar afgesloten.

Best practices:
·         Heerlen: 75 punten = topscore
·         Leeuwarden: mensen die re-integreren worden gevolgd tot 24 maanden na het moment dat zij werk hebben gevonden of voor zichzelf zijn begonnen (duurzame uitstroom)
·         Zeven gemeenten (Bergen NH, Heiloo, Langedijk en het samenwerkingsverband van de gemeenten Beemster, Graft-De Rijp, Schermer en Zeevang) geven aan geen trajecten te kennen waarbij wordt gewerkt met behoud van uitkering.
·         Gemeenten die burgers eerder dan drie jaar laag inkomen recht geven op de langdurigheidstoeslag, zoals in de Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht), Dalfsen, Baarle-Nassau, Maassluis en Vlaardingen.
·         De gemeente Doetinchem wil kosten besparen door in samenwerking met een zorgverzekeraar een gemeentepolis te ontwikkelen voor burgers met een laag inkomen en met een WMO-indicatie. De polis prikkelt tot doelmatig zorggebruik en reduceert de uitvoeringslasten voor gemeente en verzekeraar.
·         De gemeenten ’s-Hertogenbosch en Helmond hebben met het CAK een regeling getroffen waarbij de eigen
·         bijdrage wel door het CAK wordt opgelegd, maar niet bij de minima wordt geïnd. Deze werkwijze blijkt voordelig als minima gebruikmaken van een AWBZ- en WMO-voorziening.
·         De gemeente Woudenberg is de enige gemeente die, in lijn met het adviestarief van Abvakabo FNV, tegen een tarief van €25 heeft aanbesteed. De gemeenten Eindhoven (€24,45), Horst aan de Maas en Roermond (€24,39), Veldhoven (€24,33) en Sint-Michielsgestel (€24,21) liggen dicht bij dit adviestarief.
·         De gemeente Borsele heeft een contract van 6 jaar en de gemeente Woudenberg heeft zelfs een contract van tien jaar afgesloten met zorgaanbieders.

Aanbevelingen:
·         Zoek de grenzen van het beleid op om toch enigszins sociaal beleid te kunnen voeren.
·         Gemeenten kunnen het bereik van hun minimaregelingen vergroten, zodat minder mensen buiten de boot vallen: geef mensen na 3 jaar recht op de langdurigheidstoeslag (een toeslag voor mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen), inkomensgrens niet lager dan 110% van het sociaal minimum voor minimabeleid, onderzoek naar ‘afhakers’ en ‘niet-melders’;
·         Gemeenten kunnen de wachtlijsten voor de sociale werkvoorziening terugdringen: gun opdrachten aan het SW-bedrijf;
·         Gemeenten kunnen adequate tarieven afspreken zodat de thuiszorg aan kwaliteitsnormen kan voldoen: minstens 24,50 euro per uur.
·         Geen eigen bijdrage vragen van minima voor zorgvoorzieningen.




donderdag 17 april 2008

FNV Lokaal presenteert haar onderzoek naar Werk & Inkomen in Rotterdam

---------------

-------------
"Sociaal beleid van gemeenten is in veel plaatsen verbeterd." Dit blijkt uit onderzoek naar het sociaal beleid van ruim tweehonderd gemeenten.
------------
FNV constateert dat de gemeenten die na het vorige onderzoek beterschap beloofden, die belofte in de meeste gevallen ook zijn nagekomen. De gemiddelde uitgaven voor het minimabeleid zijn met ruim twintig procent gestegen tot 624 euro per huishouden. Gemeenten zijn ook beter hun best gaan doen om te zorgen dat de ondersteuning ook terecht komt bij de mensen die er recht op hebben. Meer dan de helft laat de aanvullende bijstand voor ouderen met onvolledige AOW uitvoeren door de Sociale Verzekeringsbank of heeft plannen daartoe. Op die manier vermijden ze onnodige bureaucratische rompslomp voor de AOW'ers.
-----------
Reden tot zorg blijven de lange wachttijden in de bijstand, huisbezoeken zonder toestemming, en de mogelijkheid dat mensen in de bijstand langer dan een half jaar aan het werk gezet worden tegen alleen een uitkering.
------------
Nieuwe problemen zijn ontstaan bij het aanbesteden van de thuiszorg. Vaak wordt gewerkt met tarieven die te krap zijn om binnen de cao goede kwaliteit aan zorg te leveren. In veel gemeenten is er een tekort aan alfahulpen of zijn thuiszorginstellingen in financiële problemen gekomen.
------
Zie het artikel en het rapport de landelijke FNV Lokaal site.

maandag 24 maart 2008

FNV Lokaal neemt het Rotterdamse reïntegratiebeleid onder de loep

--------
Sinds 5 jaar wordt de reïntegratie van arbeidsgehandicapten en werklozen uitbesteed aan private reïntegratiebedrijven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de reïntegratie van bijstandsgerechtigden en het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) voor mensen met een werkloosheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er bestaat een tendens dat gemeenten en UWV steeds vaker zelf de inhoud van een reïntegratietraject bepalen en minder overlaten aan de private reïntegratiebedrijven. Op landelijk niveau steekt de overheid jaarlijks circa 2 miljard euro in de reïntegratie. Uit onderzoek blijkt dat de effecten daarvan onvoldoende duidelijk zijn. FNV Lokaal Rotterdam is benieuwd naar de mening van de deelnemers, uitkeringsgerechtigden. Daarom voert FNV Lokaal een onderzoek uit naar de tevredenheid alsook de effecten onder klanten die bij een reïntegratiebedrijf een traject volgen.
-----------
In week 17 bezoeken kaderleden van de aangesloten bonden verschillende Rotterdamse reïntegratiebedrijven en interviewen de klanten. We informeren hier naar de tevredenheid over de dienstverlening, de eigen inbreng en zeggenschap maar ook de daadwerkelijke resultaten van het Rotterdamse reïntegratiebeleid. Van alle ingevulde vragenlijsten maken wij een rapportage en bespreken die met de gemeentelijke politiek. Al eerder heeft de FNV een landelijk onderzoek verricht naar de dienstverlening van onder andere reïntegratiebedrijven. Dit onderzoek “De zesde grote Wachtkamerenquete” is in 2007 gepubliceerd. Een van de opvallendste resultaten is dat de meerderheid van de geïnterviewde klanten die op dit moment in een traject bij een reïntegratiebedrijf bezig zijn, niet verwacht dat daardoor hun kansen op werk beter worden. Slechte begeleiding door het reïntegratiebedrijf is als een van de oorzaken genoemd. "Juist dat was de aanleiding om op lokaal niveau een diepgaand onderzoek te verrichten naar de Rotterdamse reïntegratiebeleid. Wij maken ons ernstig zorgen over deze ontwikkelingen”, aldus Pieter Visser van FNV Lokaal Rotterdam. “Met de resultaten uit dit onderzoek willen wij de discussie aangaan met de gemeentelijke politiek”. In een eerder gesprek met Els Westdijk projectleider van FNV lokaal, sprak wethouder Dominique Schrijer zich namens de gemeente Rotterdam positief uit over het onderzoek. Klanten die aan ons onderzoek mee willen werken kunnen nu al contact met ons opnemen via Rotterdam@fnvlokaal.nl --------
Zie dit artikel in het Algemeen Dagblad.